olandese

city > le traduzioni di city > olandese

City in olandese


 

Manon Smits

Italiaans pak van Sjaalman
Alessandro Baricco vertaald

Vrijdag 23 juni 2000 door Pieter Steinz 


Als een auteur wordt geëerd met de titel `een echte verteller' betekent dat meestal dat hij helder schrijft, dat zijn plots niet vervelen en dat zijn personages herkenbaar menselijk zijn. Voor Alessandro Baricco, directeur van een Turijnse schrijversvakschool en uitgeroepen tot de vaandeldrager van de moderne Italiaanse literatuur, geldt dat alledrie niet; toch is hij een verteller in hart en nieren. Zijn veel verkochte romans Land van glas (1991) en Oceaan van een zee (1993) waaierden breed uit en goochelden met diverse verhaallijnen en stijlen. In een interview met deze krant betoogde hij vier jaar geleden: `Vertellen kun je in romans doen, maar ook in toneelstukken, filmscenario's, reclameteksten, strips, gedichten, recensies of columns.'


Alessandro Baricco: City. Uit het Italiaans vertaald door Manon Smits.De Geus, 351 blz. ƒ49,90 (gebonden).Alessandro Baricco: Novecento.Uit het Italiaans vertaald door Manon Smits.De Geus, 90 blz. ƒ20,- (gebonden).


Baricco's laatste roman is van die stelling een illustratie. City is geen roman in de vertrouwde zin van het woord. Temidden van de belevenissen van de voornaamste personages (die niet bepaald `een ontwikkeling doormaken') vindt de lezer wetenschappelijke verhandelingen, toneelteksten, filosofische uitweidingen, en zelfs het script van een onconventionele western. Het maakt het dikke boek tot een modern pak van Sjaalman – al vergelijkt Baricco het zelf in een kort voorwoord met de plattegrond van een stad, waarin de verhalen wijken zijn en de personages straten.

Doodlopende straten, zou ik zeggen, want zowel het wonderkind Gould als het laconieke meisje Shatzy Shell wordt na een bladzijde of honderd vermoeiend gezelschap. Gould is dertien, wordt door de beste professoren klaargestoomd voor de Nobelprijs, heeft een reus en een stomme als beste vrienden en speelt bokswedstrijden na in de badkamer. Shatzy, die uitzendwerk als telefoniste doet voordat ze door Gould gevraagd wordt om zijn chaperonne te worden, is gefascineerd door Eva Braun en Walt Disney. Samen bewegen ze zich in cirkels in een Amerikaanse metropool. De enige geschiedenis uit City met een begin een midden en een eind is de western waaraan Shatzy al sinds haar zesde werkt. Het is een verhaal over het doden en stilzetten van de tijd dat herinneringen oproept aan de klassieke Toonder-strip Heer Bommel en de killers maar dat veel minder subtiel is uitgewerkt.

Met de lange toneelmatige monologen en de voortdurend verspringende vertelperspectieven (James Joyce zonder zelfkritiek was mijn eerste associatie) is City een behoorlijk irritant boek. Gelukkig valt er op stilistisch niveau nog wel wat aan te beleven. Baricco is goed in droogkomische zinnen en licht-absurdistische beschrijvingen als: `Voor het bed stond een aquarium, met een paarse vis erin, en heel veel stomme bubbels.' Even typerend is Goulds herinnering aan een toespraak bij zijn afstuderen: `Jij bent een biljartbal, Gould', had de rector gezegd; `en je schiet tussen de banden van de kennis, volgens het onfeilbare traject dat jou, tot onze vreugde en troost, zachtjes in het gat van de roem en het succes zal doen rollen.' Waarna Baricco vervolgt: `Van de hele rede was Gould vooral die ene zin bijgebleven: jij bent een biljartbal, Gould.'

Baricco's internationale faam – Italië is niet het enige land waar van zijn boeken honderdduizenden exemplaren worden verkocht – is deels gebaseerd op dit soort tot in het extreme doorgevoerde hersenspinsels. In Nederland baart hij er minder opzien mee; wij hebben in Arnon Grunberg onze eigen meester van de ongerijmde humor, en die weet er heel wat betere boeken omheen te bouwen. De lezer van City kan dan ook alleen maar instemmend knikken wanneer hij halverwege het boek de volgende zin tegenkomt: `Talent is verwoestend, het is regelrecht verwoestend, wat eromheen gebeurt doet er niet toe.' Het is de wereld volgens Alessandro Baricco.

Als Baricco zich wat meer inhield, zouden zijn boeken beter zijn. In zijn bescheiden geschiedenis Zijde (1997) heeft hij laten zien hoe stilistisch vuurwerk in dienst kan staan van een intrigerend en zelfs memorabel verhaal. En een paar maanden geleden verscheen in vertaling ook een ander boekje dat een mooie introductie vormt tot zijn schrijverschap: Novecento, dat vorig jaar door filmregisseur Giuseppe Tornatore werd vermangeld tot de sentimentele draak The Legend of 1900.

Het is een origineel maar strak gestileerde monoloog waarin zowel de verteller (een oude trompettist) als de hoofdpersoon (een pianowonderkind dat geboren en getogen is op een cruiseschip) tot leven komt. Anders dan bij City heb je na afloop helemaal niet het gevoel dat je een overbodige stijloefening hebt gelezen. Zoals de trompettist zegt (in de wat gemaakt populaire Nederlandse vertaling): `Je bent nooit de klos zolang je nog een goed verhaal hebt, en iemand om het aan te vertellen'.

in